|
Verhalen en gedichten in bundels
 |
| Titel |
: |
diverse bundels |
| Categorie |
: |
verhalen en gedichten voor volwassenen |
| Pagina's |
: |
n.v.t. |
| Illustraties |
: |
n.v.t. |
| Uitgeverij |
: |
Diverse uitgeverijen |
| Eerste druk |
: |
vanaf 1991 |
| ISBN |
: |
n.v.t. |
|
Mijn eerste verhaal voor volwassenen verscheen in 1991 samen met een interview met mij in Mens en Gevoelens, het blad van Paul Haenen. Dat was het ironische verhaal Een gifgroene Skoda.
In datzelfde najaar verscheen in het kleine literaire tijdschrift Begane Grond mijn magisch-realistische verhaal Tasten in het duister.
Ik maakte met het voorlezen ervan mijn debuut in het optreed-circuit tijdens een literaire middag in Café Schiller in Amsterdam.
Meermalen trad ik op tijdens de gedichtenmanifestatie Dichter bij Wageningen.
Uitvloeisel daarvan was een optreden in 2000 met andere Wageningse dichters in Amsterdam onder de titel: Groeten uit Wageningen.
Tijdschrift De Appel publiceerde in 1998 (jrg. 23, nr. 4) mijn wrange verhaal De brug.
Nog een verhaal over doodgaan was Ex-libris Matthias, in: Verzamelde letteren, verhalen en gedichten van Gelderse schrijvers, uitg. Kontrast, 1998
Gedichten over familie verschenen in: TOP-ontmoeting, een familiealbum, uitg. Kontrast, 1999. Die waren een stuk lichter van toon, zoals:
Hollandse baboeschka's
Moeder
met kind
met pop
achterop
de fiets
Het gedicht Mijn eerste lief verscheen in 2000 in de bundel: L.S., brieven in proza en poëzie, uitgeverij Kontrast.
|
Fragment
Fragment uit: De brug,
verschenen in tijdschrift De Appel, jrg. 23 nr. 4, 1998
Razendsnel remt de trein af, tot hij met een doodssnik tot stilstand komt. Een nuchtere stem klinkt door de luidspreker: "Dames en heren, vanwege een ongeval heeft deze trein een nog onbekende vertraging. Dank u."
"Je wordt bedankt." De slungel haalt voor de vuist weg een studieboek uit zijn koffertje en begint te bladeren.
Met een "Huh, wat gebeurt er?" licht het meisje haar walkman even op.
"Er heeft zich weer iemand voor de trein gegooid." Gretig praat de jongen haar bij. Alsof hij een gratuite opmerking over het weer heeft gemaakt, schuift ze de koptelefoon onmiddellijk weer over haar oorschelpen. Ze wiegt verder op de muziek waarvan voor ons alleen een dreun hoorbaar is.
"Het is toch wat. Vroeger hoorde je dat zelden," murmelt een grijs hoofd. Ik voel me, net als de anderen in de coupé, niet geroepen om te reageren.
"Waarom moeten ze net mijn trein uitkiezen?" drenst de student. "Laten ze andere mensen toch niet met hun problemen opzadelen. Gewoon tabletten, in je eigen bed, dan heeft geen mens er last van."
Ook nu reageert niemand. De stilte wordt onbehaaglijk.
"Het kan natuurlijk ook een echt ongeluk zijn," kwek ik.
De man schuin tegenover me trekt zijn wenkbrauwen op. Hij blijft me aankijken. Als mijn ogen langs de andere gezichten wegvluchten, zie ik slechts medelijden om zoveel naïviteit. Alleen de oude vrouw blikt hoopvol naar me op. Nog steeds zijn daar zijn ogen. Alsof hij me mijn opmerking kwalijk neemt.
Een sigaret. Ik sta op en haast me naar het balkon. Ik steek mijn hoofd uit het raam, maar er is niets te zien. Natuurlijk niet, zo'n trein heeft een lange remweg, we hebben de plek des onheils al ver achter ons gelaten. Ik ben de enige op het balkon. De andere reizigers wachten geduldig af in hun coupé.
Op de spoordijk komt een conducteur voorbijlopen. Hij trekt een onverschillig gezicht, al fluit hij nog net geen vrolijk wijsje. In zijn handboek staat waarschijnlijk dat hij vooral ontspannen op een ongeval moet afstappen om de passagiers niet te verontrusten.
Met een klap sla ik het stoeltje neer. De deur van de coupé gaat open: mijn overbuurman. Behoedzaam sluit hij de deur weer. Alsof hij de anderen niet op een idee wil brengen. Hij slaakt een diepe zucht.
Ik begin aan mijn tweede sigaret en wil het pakje in mijn zak stoppen. Ik bedenk me en houd hem het doosje voor: "Wilt u ook een sigaret?"
"Ik rook eigenlijk niet," zegt hij verontschuldigend.
Zijn donkere stem klinkt weldadig. Echt zo'n stem waarmee de ergste onheilsboodschap nog aangenaam klinkt.
"Eigenlijk niet, maar soms wel?" probeer ik ad rem te zijn.
"Ik doe mijn best om eraf te blijven. Nu lukt het dus niet."
Hij gaat er serieus op in. Een vermoeide glimlach, terwijl hij een sigaret uit het doosje pakt en zich bukt. Ik geef hem vuur en bekijk ondertussen steels zijn gezicht. De donkere wenkbrauwen contrasteren vreemd met zijn blonde haar. Zijn gladde gezicht wordt op zijn kin doorkliefd door een flinke kuil. Zijn ogen fonkelen, maar dat komt door het vlammetje van mijn aansteker.
"Dank je." Hij tutoyeert me. Die onzin ook om u te zeggen tegen iemand van mijn leeftijd.
In een rustige beweging duwt hij het stoeltje tegenover mij omlaag.
Ik hoef niet eens te kijken of hij naar me kijkt. Geen centimeter van mijn lijf ontsnapt aan de inspectie van Big Brother. Maar ik ben zijn kleine zusje niet.
Bijna begin ik te verlangen naar een walkman om er niet meer bij te horen. Ik schokschouder, het lukt niet om zijn blikken af te schudden. Ik tel tot tien en dan zal ik terugkijken tot hij zijn voyeursogen beschaamd neerslaat. Als om mijn voornemen aan te kondigen kuch ik.
(...)
naar boven terug
|
|