Gisteren de eerste kikkerdril,
vandaag de eerste
blote bouwvakkersbast.
Het kan niet op!
Het voorjaar is nu echt begonnen.
| | | | | | |

In Bad

In mijn ruimtepak van schuim
zweef ik.
Ik heb me ontdaan van alle kopzorgen,
ze liggen te pletter op de aarde.
Ik blijf over
en voel alleen nog maar.
Licht ben ik.

Het schuim boven op mijn hand,
opengewerkt kanten
handschoentje
van mijn communie.

Schuim hangt nog
tussen ringvinger en pink,
maar wordt dunner.
Pink reddert
en beweegt steeds meer
naar ringvinger,
het schuim mag niet
uit elkaar spatten.
Want wat kapot is,
wordt nooit meer heel.

Ringvinger blijft onbewogen
en wacht op wat komen gaat.
Krampachtig beweegt pink,
redt het niet in zijn eentje.

Het is gebeurd.
Niet langer meer verbonden
door tastbaar schuim,
als omhulsel van dromen.
Verwezen bekijken pink en ringvinger
elkaar vanaf hun verte.

Tot ringvinger in beweging komt,
probeert nog aan te haken bij pink,
moedeloos vastklampen.
Hopeloos is het.
Want wat kapot is,
wordt nooit meer heel.

naar boven terug

Alle teksten copyright Annie van Gansewinkel