|
Poppenkindje
Drie was ik,
toen ik luidruchtig slofte
door de bladermassa
in de herfst.
Pop is moe,
pop moet even bedje-toe.
Onder de oude kersenboom.
Met blad na blad
dek ik haar voorzichtig toe.
Slaap lekker, poppenkindje.
Een ander spel lokt.
Tot de schemer komt.
Boze schaduwen
de tuin onveilig maken.
Snel naar binnen.
Te snel.
Te donker.
Te grote voeten
denderen over het tere poppenhoofd.
Een gapend gat.
Te groot verdriet
voor kleine meid.
De operatie door
opa-poppendokter
brengt pop niet meer tot leven.
Ze eindigt in de vuilnisbak.
Elk jaar weer
als ik door herfstbladeren slof,
ben ik op mijn hoede.
Onder herfstblad houdt
ongeluk zich schuil.
naar boven terug
|
|