De vlinder fladdert
radeloos.
Waar moet hij
het zoeken
deze winter?
| | | | | | |

Verliefd

Ze pesten me met jou.
Ze moeten met hun vieze woorden
van je afblijven.

Je bent zo mooi.
Mjn ogen vliegen uit de bocht
als ik naar je kijk.
Mijn wangen worden vuur.

Mijn hart valt stil
in mijn keel.
De vlinders in mijn buik
dansen niet.
Ze vreten me van binnen op.

Niets is zo fijn als verliefd zijn,
zeggen ze.
Ze liegen.
Het doet overal pijn.

naar boven terug

Alle teksten copyright Annie van Gansewinkel