Met grote voeten
stommel je door mijn rustig vaarwater.
Dadelijk sla ik om.
Je weet toch
dat ik niet kan zwemmen.
| | | | | | |

Annie van Gansewinkel

Ik ben Annie van Gansewinkel en ik woon sinds 1993 in Wageningen. Op 16 februari 1954 ben ik geboren in Weert, Limburg, als oudste van vier kinderen.
In mijn jeugd was ik al een echte boekenwurm. Met mijn beste vriendin hield ik een wedstrijd wie de meeste boeken las in een maand. Het kwam voor dat ik op zaterdagmorgen boeken haalde in de bieb en zo snel las dat ik 's middags, nog net voor de sluiting, nieuwe kon halen. Anders kon ik het weekeinde wel eens zonder boek zitten.
Vanaf mijn twaalfde wilde ik al schrijfster worden, maar ik vertelde het tegen niemand. Ik dacht dat iedereen het een raar idee zou vinden. Ik had er trouwens een hekel aan om op school opstellen te schrijven. Dan moest je ook meestal over een onderwerp schrijven dat de juf of de leraar bedacht. Ik wilde zelf weten waar ik over schreef.

Na de Middelbare school voor Meisjes (MMS) heb ik in Tilburg Frans gestudeerd en daarna Nederlands. Zeven jaar ben ik lerares geweest op een mavo in Tilburg. Daarna heb ik de Academie voor Journalistiek in Tilburg gedaan en vervolgens was ik dertien jaar journalist bij kranten en een weekblad.
Ondertussen bleef ik het plan houden om later schrijfster te worden. Ik begreep dat je dat niet eindeloos kunt uitstellen. Daarom begon ik ook in deeltijd te werken in de journalistiek. In de andere helft van mijn werktijd zou dan moeten blijken of ik het wel zou kunnen, schrijven. Eerst schreef ik twee romans, die ik toen zelf meesterwerken vond, alle uitgevers aan wie ik ze toestuurde, niet. Daarna beproefde ik mijn geluk met gedichten en verhalen, waarvan er enkele werden gepubliceerd in kleine literaire tijdschriften.

Onder het motto 'woekeren met mijn talenten' schreef ik ook enkele kinderverhalen, waar mensen van uitgeverij Zwijsen/Elzenga iets in zagen. Zij vroegen me om een 12+ boek te schrijven. In 1992 verscheen mijn debuut Reisgenoten gezocht. Inmiddels zijn er al ongeveer twintig kinder- en jeugdboeken verschenen voor kinderen tussen de 7 en 14 jaar. Enkele spannende boeken verschenen onder mijn pseudoniem Anne Winkels.
Mijn romandebuut voor volwassenen kwam uit in 2002: Moeders Mooiste, ook onder de schuilnaam Anne Winkels.

In 1997 ben ik gestopt als journalist om me volledig aan het schrijven te wijden. Maar er stroomt nog steeds onderwijsbloed door mijn aderen, want in 1998 besloot ik in Wageningen cursussen creatief schrijven te gaan geven aan kinderen en volwassenen. Inmiddels heb ik ook schriftelijke varianten voor onder meer creatief schrijven en kinderverhalen. Deelnemers kunnen via e-mail hun werk insturen.
Omdat ik in mijn hart nog altijd een Weerter meisje ben gebleven, houd ik mijn moedertaal in ere. Ik schrijf ook verhalen en gedichten, en zelfs een jeugdboek in het Weerts.
Sinds enkele jaren heb ik er een nieuwe passie bij: toneel. Ik speelde toneel bij WDT in Wageningen, de Wageningse Dilettantentoneelvereniging.
In 2002 is mijn eerste theaterstuk in première gegaan: de monoloog Stillaeve, die ik heb vertaald in het Weerts en die ik zelf op de planken breng. Tegenwoordig leg ik me toe op het schrijven van uiteenlopende toneelteksten. De afgelopen jaren heb ik mooie reizen gemaakt en die leveren soms reisverhalen op. Ik heb een voorliefde voor Afrika, maar ook reizen dichtbij weet ik op waarde te schatten.

Uit de pers

"(…) Annie van Gansewinkel heeft een prachtig jeugdboek geschreven. In een nawoord vertelt ze dat het boek niet alleen over de onmogelijke liefde tussen Mo en Axel gaat, maar over elke liefde die om welke reden dan ook onmogelijk is. Op een makkelijke manier schrijft Van Gansewinkel over de gevoelens van Mo en Axel. Daarbij geeft ze ook aan dat jonge homo's die uit de kast komen soms nog het één en ander aan onbegrip zullen tegenkomen. 'Eén meisje, twee jongens' hoort in de boekenkast van alle schoolbibliotheken. Maar hopen dat het er vaak uitgehaald wordt door nieuwsgierige leerlingen."
Remco van Schellen, radio De roze golf

"Kinderboeken als bindmiddel en als gemeenschappelijke taal voor mensen uit de hele wereld. Ik kwam terug met de bevestiging dat boeken voor kinderen er toe doen. Voor een individueel kind, maar ook om kinderen met elkaar in contact te brengen. En dan hoeven we niet altijd projecten in uithoeken van de wereld op te zetten. Ook in ons land kunnen boeken een brug vormen tussen kinderen van verschillende achtergronden. We hebben een rijkdom aan culturen binnen handbereik. Daar zu ik voor schrijvers en ook voor mezelf wel een rol zien. Ooit ontstond op een vmbo-school tijdens een lezing van mij zomaar een gesprek over de hemel van de katholieken en van de moslims. De leerlingen raakten echt met elkaar in gesprek. Prachtig dat een van mijn boeken daar blijkbaar toe uitnodigde."
Interview dat Harm de Jonge met mij hield voor de nieuwsbrief 2005.32 van Ibby Nederland

Over het boek Kampioen superbraaf: Sarah en de kinderen uit haar klas doen mee aan een wedstrijd van het allerbraafste kind. Een geheime jury en een juf die vals speelt, gooien roet in het eten. (...)Tien zwartwittekeningen staan verdeeld in het boek. De stijl ervan is grappig en gemoedelijk. (...) De schrijfstijl is direct met veel dialoog, maar er zijn ook stukken beschrijvende tekst waarin de reacties van de kinderen goed worden weergegeven. Door de geheimzinnige jury en de vreemde reacties van de juf is het verhaal ook spannend. Het schoolverhaal zal kinderen aanspreken evenals het wedstrijdelement.
(Biblion, november 2004)

Over het boek Liedje van verdriet: Sinds haar zusje Judith is verongelukt, zijn de ouders van de 11-jarige Esther overbezorgd om hun dochter. Dit benauwt de levenslustige Esther. Stiekem verstopt ze briefjes in een boom dichtbij de plaats van het dodelijke ongeluk. Een klasgenoot van Judith, die heimelijk verliefd op haar was, doet hetzelfde. Na aanvankelijke argwaan vinden de kinderen troost bij elkaar en sluiten vriendschap. Het worstelen van Esther met haar eigen pijn en de angst en het verdriet van haar ouders en een ontspannen houding ten opzichte van haar vrienden zijn in korte, heldere zinnen weergegeven. Eenvoudige zwartwittekeningen ondersteunen goed het verhaal.
(Biblion, november 2004)

Hoofdpersoon in het nieuwe boek van Van Gansewinkel is Koen. "Koen wordt in het boek acht jaar oud", beschrijft Van Gansewinkel haar jongste geesteskind. "Zijn ouders zijn gescheiden en hij woont drieënhalve dag bij zijn vader en drieënhalve dag bij zijn moeder. Koen houdt heel erg van verzamelen. Hij verzamelt bijvoorbeeld grote groene plastic kikkers, speelgoedgiraffes, wandelende takken en rode bloemen. Maar Koen kan moeilijk dingen loslaten, dus telkens als hij van het ene naar het andere huis verhuist, sleept hij alles mee. Dat is hij op een dag zat en hij zegt tegen zijn ouders dat hij een hele-week-huis wil." Van Gansewinkel benadrukt dat Koffer-Koen geen probleemboek is. Ze vindt dat het in het boek vooral draait om loslaten. Iets wat ze zelf ook ervaart in de afgelopen jaren. "Het heeft misschien iets te maken met ouder en wijzer worden. Dingen gebeuren nou eenmaal. Ze overkomen je. Ik vind dat je niet overal controle op moet proberen te hebben. Als je dat doet, als je dingen loslaat, dan ontsla je jezelf van een last."
(De Gelderlander, 2-10-2003)

Moeders Mooiste, zoals het boek heet, moet erg spannend zijn, want Van Gansewinkel las haar eigen geschrift vorige week in één adem uit. "Dat klinkt misschien een beetje raar, maar toch is het zo," bekent de schrijfster. Als je het zo leest is het heel anders dan als je ermee bezig bent en alleen losse vellen papier ziet. Ik ben er wel tevreden over en werd er zeer door geboeid, al dacht ik af en toe dat ik wel een zieke geest moet hebben om zo'n verhaal te bedenken. Misschien is dit voer voor psychologen, want alles komt toch ergens uit mij. Er gebeuren echt de verschrikkelijkste dingen in dit boek."
(De Gelderlander, 16-10-2002)

"Het dialect boeit me enorm. Mensen doen er wel eens lacherig over. Praat iemand Amsterdams, dan is dat normaal en praat iemand Limburgs, dan moet er meteen ondertiteling onder. Dat is toch belachelijk. Ik vind dialect praten een verrijking. Zeg nou zelf: moerepetazie smaakt toch veel beter dan worteltjesstamppot." (...) "Ik vind het een rijkdom dat we in Nederland zoveel talen hebben. Het dialect gaat verder dan taal alleen, het is een soort cultuur. In Weert liggen mijn wortels en het is altijd heerlijk thuiskomen bij mijn ouders."
(Het Land van Weert, 29-11-2000)

Van haar ervaringen als lerares en journaliste plukt zij voor haar boeken de vruchten,maar meer impact nog heeft haar gave zich in haar meisjeshoofdfiguur te verplaatsen. "Dat gaat als vanzelf, want eigenlijk ben ik zelf altijd vijftien gebleven," bekent Annie. "Ik weet nog heel goed hoe ik me als puber voelde. De uiterlijke omstandigheden van de jaren zestig zijn natuurlijk heel anders dan nu, maar ze verschillen niet wezenlijk van die in onze tijd. Maar ik zou niet in 2000 jong hebben willen zijn. Vroeger immers was de wereld veel overzichtelijker. Door de vrije keus uit onbeperkte mogelijkheden is het leven voor kinderen veel moeilijker geworden."
(Limburgs Dagblad, 4-10-2000)

"Het Weerts kent vele uitdrukkingen, die, als je ze in het Nederlands vertaalt, helemaal niet goed meer tot hun recht komen. Ik heb Nederlands gestudeerd en heb daardoor altijd oog voor alles wat met taal te maken heeft. Het Weerts is zeer bloemrijk en je kunt putten uit veel woorden die een sfeer aan kunnen geven die onvertaalbaar is naar het Nederlands.
Mijn gedachtegang gebeurt in het Weerts, daarbij merk ik dat ik veel luchtiger schrijf."

(De Trompetter, 27-9-2000)

"Ik heb Renate Dorrestein ooit horen vertellen waarom ze schrijft. Ze noemde drie redenen. Ijdelheid, ijdelheid en ijdelheid." Dat mensen enigszins schromen hun gedachten aan het papier toe te vertrouwen heeft te maken met de angst de kunstenaar uit te hangen. "Ik durf nu pas, na een aantal jaren fulltime schrijven, zonder giechelen te zeggen dat ik schrijfster ben. Mensen doen vaak een stapje achteruit als ze horen wat je voor je beroep doet."
Er bestaat nog steeds het romantische beeld van de schrijver die in het holst van de nacht opeens inspiratie krijgt en hele hoofdstukken uit de pen laat vloeien. "Ik heb heel lang een portemonneetje met een potloodje bij me gedragen en na een inspirerende droom heeft er een tijd lang een notitieblokje op het nachtkastje gelegen. Maar tijdens het strijken kan ik ook op ideeën komen." "Schrijven blijft toch iets ongrijpbaars. Het komt zo opzetten, maar het kan ook zomaar weer ophouden. Eigenlijk sta je veel te weinig stil bij de keren dat het wel lukt. Je moet ook niet wachten tot er iets komt. Schrijf als een bezetene en zet dan rigoureus de schaar erin," zo luidt Van Gansewinkels devies.

(De Gelderlander, 17-9-1998)

Ik vind schrijven voor kinderen ontzettend leuk. Ik heb zelf zeven jaar voor de klas gestaan (mavo). Hierdoor kan ik me goed inleven in kinderen. Verder zijn kinderen niet zoveel anders dan toen ik zelf kind was. Kinderen van nu zijn toch met dezelfde dingen bezig. Verliefdheid, afzetten tegen ouders, etc. Er zijn nu kinderen die nog steeds boeken lezen die vijftig jaar geleden geschreven zijn. Dat boeit ze nog steeds."
(de Veluwepost, 9-9-1998)

Ze is bijzonder geïntrigeerd door het vage lijntje tussen goed en kwaad. "Het overschrijden van die grens, dáár gaat het om." Van Gansewinkel is bovendien geneigd om overal het positieve element te benadrukken. "Ik geloof niet dat de mensen in-en-in slecht zijn." Lachend laat ze daar op volgen, als een soort verontschuldiging: "Ik heb een akelig positief beeld van de samenleving."
(Gelders Dagblad, 29-7-1996)

"Ik wil op een luchtige manier over zware dingen schrijven. In 'Ik kom naar je toe' is de fantasie, het ongrijpbare, van belang. Je kunt niet alles onder controle hebben. In je fantasie zijn geen grenzen te trekken. In je hoofd, in je dromen en gedachten en in je herinnering kan alles. Ook in de werkelijkheid is meer mogelijk dan je denkt. Er is meer tussen hemel en aarde."
Veel van haar verhalen belanden na een halve pagina al op het thema dood. Ze zegt er bang voor te zijn, maar in verhalen juist met deze angst te kunnen spelen. "Wat je overdag verdringt, bespringt je 's nachts. Met schrijven komen verdrongen zaken snel naar boven. Als je begint met schrijven over iemand anders, beland je na tien pagina's toch weer bij jezelf. Ook ben ik gefascineerd door eilanden en met name Paaseiland. Ik zou niet weten waarom, want ik kan niet tegen beperkte bewegingsvrijheid, word altijd zeeziek en kan niet zwemmen. Je zou een psycholoog op mijn verhalen kunnen zetten, maar ik heb er net geen nodig omdat ik schrijf."

(De Gelderlander, 20-5-1994)

Aan ideeën heeft ze geen gebrek. En als dat er eenmaal is blijft het een kwestie van gewoon doorploeteren. "Ik geloof niet zo in het heilige vuur van de inspiratie, maar je moet wel geloven in je werk."
(Gelders Dagblad, 3-7-1993)

Wat haar drijft om regelmatig aan de tafel te gaan zitten met papier en vulpen - de computer vindt ze geschikter voor het langdurige bijschaven van de eerste versie - weet ze niet precies. " 'Ik heb iets te vertellen' klinkt zo boodschapperig, 'Ik denk dat ik het kan' klinkt arrogant en 'innerlijke behoefte' klinkt weer zo overdreven. Het zal allemaal wel meespelen."
(Het Nieuwsblad van het Zuiden, 14-3-1992)

Favoriete links


Uitgeverij TIC
Deze uitgever uit Maastricht doet belangrijk werk voor de promotie van literatuur in het dialect.

De Gouden Muis
Vijf jaar lang presenteerde de site van de Gouden Muis jeugdboekenschrijvers. Kinderen konden elke maand mailen en chatten met een andere schrijver. In oktober 2003 was ik schrijver van de maand. Die pagina's kun je oproepen door te klikken op Archiefkast.

Uitgeverij Ellessy
Uitgeverij Ellessy bracht mijn romandebuut Moeders mooiste uit. Deze uitgeverij heeft een goede reputatie opgebouwd op het terrein van psychologische thrillers.

Stichting Schrijvers School Samenleving
Als scholen of bibliotheken mij willen uitnodigen voor een bezoek, kunnen ze dit regelen via de Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS).

Prolific
Marcel van Langen, van Prolific, heeft deze site ontworpen in 2002 en nog steeds ben ik er bijzonder blij mee.

Schouten & Nelissen
Voor dit trainings- en adviesbureau geef ik al jaren communicatietrainingen op het gebied van zakelijk schrijven.

naar boven terug

Alle teksten copyright Annie van Gansewinkel