|
Madre de los amores perdidos
(Moeder van de Verloren Liefdes)
Nog vier nummers op de Culturele Routekaart heeft ze te gaan. Dan heeft ze alle kapelletjes, devote wandtableaus en kruiswegstaties gezien die dit dorp rijk is.
Kon ze nog maar geloven in zo'n simpel leven. Zit je ergens mee, kies dan de heilige die over dat probleem gaat, richt een gebed tot hem of haar. Ontsteek desnoods een elektrisch kaarsje met naar keuze een rood of een wit vlammetje en wacht vervolgens in goed geloof af.
In feite ging het al mis toen ze als kind voor het biechten zonden verzon, omdat ze - in toenemende paniek tijdens het wachten voor de biechtstoel - geen fatsoenlijke zonde kon bedenken. Verder dan 'Ik heb een koekje weggehaald' kwam ze vaak niet.
Aan hel en verdoemenis valt niet te ontkomen als je tijdens de biecht al meteen de fout in gaat door te jokken over je zonden. Soms dekte ze zich al wel in door als tweede zonde te noemen: 'Ik heb gejokt.'
Maar ook daartegen hielp waarschijnlijk niet haar pragmatische Akte van berouw die ze lang elke avond voor de zekerheid maar bad. Wat ze dan ook fout had gedaan, het kon geen kwaad als je daar in elk geval spijt over betuigde.
Pas veel later kwam ze erachter dat ze lang niet van alle verkeerde dingen spijt had. Integendeel, die waren vaak heel lekker.
Ze staat zich voor de kapel van de H. Barbara af te vragen waar die ook al weer over gaat. Was zij niet de beschermheilige van de mijnwerkers? Vult zij haar dagen nu in ledigheid of is ze omgeschoold tot patrones van een eigentijdse beroepsgroep? Beeldschermwerkers bijvoorbeeld.
Heilige Barbara, genees mij van mijn muisarm, bescherm mijn computer tegen virussen, red mijn laatste documentversie.
Ze mag hier niet mee spotten. Ze zou er zo graag in geloven: met gebogen hoofd een gebed staan prevelen voor een suikerzoet beeld, vereerd met vale plastic bloemen, omkranst door schattige engelen en verlicht door een kaars die nooit lijkt op te branden.
Waarom ziet ze nou ook weer met haar nuchtere blik die plastic zak met een voorraad blokkaarsen voor de komende honderd jaar? Zo maken ze het haar wel lastig om te geloven in wonderen, altijddurende bijstand en onvoorwaardelijke, eeuwige liefde.
Maar goed, een kleine vijftig jaar leven had die kinderlijke verwachting inmiddels toch al met wortel en tak uitgeroeid.
'Santa Barbara,' hoort ze achter zich roepen.
Ze kijkt om, aan de overkant van de straat staat een vrouw die misschien tien jaar ouder is. Ze gaat volledig in het zwart gekleed, maar de wereld van verschil zit niet alleen in hun kleding.
'Santa Barbara,' wijst de vrouw naar de kapel en dan naar de straat: 'y Calle Barbara.' Wat een ongelooflijk toeval, dat zal die vreemdelinge wel met stomheid slaan.
'Panaderia Barbara,' lacht de vrouw in het kleurige mini-jurkje en wijst naar de gelijknamige bakker op de hoek.
De vrouw in het zwart kan niet lachen om zoveel spitsvondigheid en herhaalt nog eens haar godsbewijs.
Een beetje schuldig voelt de jongere vrouw zich wel. 'Barbara?' Ze wijst naar de vrouw in het zwart. Maar zoveel toeval zou te machtig zijn.
'No, no, Carmen. Y tú?'
'No, Anna.'
Op dat moment steekt Carmen de straat over en zet Anna het op een lopen. Dadelijk draait het weer uit op vragen over man en kinderen. Eigen schuld. Waarom vroeg ze de vrouw dan ook naar haar naam. Wegwezen!
'Adios, señora Carmen.' In haar lach klinkt de angst door dat de vrouw de achtervolging inzet. Dat verliest ze trouwens, want Anna houdt lijf en leden strak met een uitgekiend trainingsprogramma.
Ze kijkt niet meer om of de vrouw verslagen achterblijft door haar onvriendelijke vertrek. Het is niet aardig van haar, maar spijt heeft ze er niet van.
Hier om de hoek moet weer een tegeltableau zijn. Ze versnelt haar pas, nog drie nummers moet ze.
Van wie moet ze dat eigenlijk? Van zichzelf natuurlijk weer.
Een kort straatje, doodlopend, met een lampje in de verste hoek. Ze kijkt op de kaart, dit straatje staat er niet op.
Ga terug, fluistert een stemmetje in haar hoofd, dat wordt overstemd door de yel: Gewoon doen!!!
Even staat ze stil, nog een blik op de kaart, bordje op de muur misschien? Niets.
Het lampje wenkt. Daar kan geen kwaad in steken.
Anna, komop, sinds wanneer steekt er enig kwaad in een kapelletje?
Ze kijkt om zich heen, geen teken van leven in het smalle straatje. Zelfs uit de vier, vijf huizen komt geen geluid. Geen radio, geen half onverstaanbare kreet. Niet eens een nieuwsgierig hondje of een onverschillige poes op een drempel. De kleurige vliegergordijnen bewegen zelfs niet.
Half draait ze op een voorvoet. Klaar om te wenden? Ree!
En dan koerst ze ineens toch met volle zeilen naar de deur. Werktuiglijk drukt ze de klink omlaag, in tegenstelling tot al die andere gaat deze deur wel open.
Zachtjes sluit ze de deur achter zich en glijdt neer op de stoel.
'Madre des Amores Perdidos' leest ze, Moeder van de Verloren Liefdes.
Van die heilige heeft ze nog nooit gehoord. Dat had ze eerder moeten weten, dan was ze met alle plezier jaren geleden al teruggekeerd in de schoot van de moederkerk. Verloren liefdes, daar heeft ze er nogal wat van.
Maar gaat de H. Antonius niet over verloren zaken? Ze herinnert zich de moeder van een vriendinnetje die de heilige om de haverklap aanriep. 'Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik de custardpudding vind.'
Ze vond die pudding dan wél terug, of hij was toevallig net in de aanbieding in de supermarkt. Dat telde ook.
Op de H. Antonius deed je nooit vergeefs een beroep, daarvan was ze overtuigd. En vond je het verlorene niet terug, dan was het omdat je het eigenlijk toch niet nodig had of iemand anders des te meer.
Maar had de H. Antonius het dan te druk met verloren sleutels, custardpuddingen en leesbrillen om zich ook nog bezig te kunnen houden met verloren liefdes? Anna had blijkbaar gemist dat zich een nieuwe heilige in die niche had gestort.
De madre van de verloren liefdes boert niet slecht. Ze houdt residentie in de meest luxe kapel die ze tot nu toe hier heeft gezien. Op haar tenen loopt Anna dichterbij. Ze mag haar toorn niet opwekken, want ze heeft haar nodig.
Maar welke verloren liefde wil ze in hemelsnaam terugvinden? Kan de madre doden levend maken? Draait ze haar hand niet om voor duizenden kilometers afstand, uit elkaar groeien, een lachende derde, te jong, te oud, te getrouwd?
'Eén tegelijk.'
Ze hoorde toch echt een zachte stem, maar op de lippen van de madre zit de glimlach in het gips.
Misschien kan ze nog eens terugkomen als die teruggevonden liefde bij nader inzien toch te geïdealiseerd blijkt.
'Ik kan je maar één keer helpen, je bent niet de enige die mijn hulp inroept. Mijn tijd is te kostbaar voor twijfelarijen.'
Dat klinkt streng. De nieuwe zakelijkheid heeft duidelijk haar intrede gedaan in de branche.
'Er zal toch wel één verloren liefde zijn die er uitspringt.'
De langdurigste, de heftigste, de zachtste, de eerste, de laatste?
Anna scant de harde schijf van haar hart.
Ineens hoort ze een klok tikken. Kostbare seconden tikken weg van de kans om fouten te herstellen, haar leven over te doen.
Ze blikt omhoog naar de madre in haar schrijn alsof ze op een suggestie hoopt. De bodem van de schrijn ligt bezaaid met felrode en knalroze gebroken harten. In een glazen vitrine onder het beeld die als een soort altaar dient, liggen verscheurde en verfrommelde brieven en foto's. 'Querida mi' en "fuerzos abrazos' leest ze. Ex-voto's uit dankbaarheid geschonken door mensen die weer verder konden met hun leven door de draad op te pakken waar ze hem eerder waren kwijtgeraakt.
'Nog twintig seconden.'
Langzaam komt Anna overeind, terwijl al die namen en gezichten door haar hoofd tollen.
'Nog tien seconden.'
'No, gracias, madre.' Ze rukt de deur open en haalt adem op straat.
Voorgoed voorbij.
Opnieuw beginnen.
augustus 2003, Callosa (Spanje)
© Annie van Gansewinkel
naar boven terug
|
|