De zachtgetoonde beugel-b.h.
bevrijdde zich als een houdini
uit het wasnetje en
molde vervolgens
de gloednieuwe wasmachine.
| | | | | | |

Weerts Toneel Cursussen Boeken

Fragment uit monoloog Stilleven (Nederlandse versie)
Begin van het stuk (speelduur ca. 30 minuten)

'Ik had daar kunnen zitten. Aan hun kant. Een beetje interessant doen achter een schildersezel. Daar was ik een jaar of tien geleden nog wel toe in staat. Nu doorzie ik van mezelf die flauwekul. Jammer misschien, het knipt de franje van het leven. Maar ik kies voortaan liever voor de naakte waarheid.
Haha. De naakte waarheid. Alsof ze die dadelijk voorgeschoteld krijgen als ik mijn kamerjas uittrek. Wat is mijn waarheid? Mijn lijf zonder franje, zelfs geen zwangerschapsstriemen als een decoratie op een eenvoudige aardewerk vaas. Afgepeld tot zijn meest pure vorm.
Wat is mijn puurheid? Ik ben nog lang niet ingekeerd tot mijn blanke pit. Ik heb eerst een lange weg te gaan, terwijl het lopen met de dag moeilijker zal worden. Misschien omdat ik steeds meer weet welke drempels er allemaal kunnen opdoemen.
Eigenlijk is het niet eerlijk. Als je langzamerhand doorkrijgt, hoe het leven in elkaar zit, raken de voorraden tijd en energie uitgeput. De bovenste helft van mijn zandloper begint al akelig leeg te lopen. Dat laatste beetje gaat ook veel sneller. Ik moet zorgen dat het laatste stukje beter is en dat ik het bewuster beleef dan de 64 jaar die al achter me liggen.
Tweederde eeuw. Als ik kleinkinderen, en dus ook kinderen had, zou oma mooie verhalen kunnen vertellen van vroeger. Toen we nog zoveel moesten missen, we zelfs nog geen spullendit, spullendat hadden. En dan zou ik niet mogen zeggen dat we het toen misschien toch beter hadden. Dat we gelukkig waren met het weinige dat we bezaten.
Nee, dat mocht ik niet zeggen van mezelf, want dan zou ik mezelf buiten deze tijd plaatsen. Ik heb immers altijd zo graag een meid van deze tijd willen zijn.
Dat meisje dat daar links zit. Zo was ik ook toen ik een jaar of twintig was. Alles verwachten van het leven. Eisen zelfs. Voor minder doet ze het niet. Elke lesavond gaat ze met een bezetenheid aan de slag of ze mij met haar schilderwerk wil reanimeren. Ik blijf er kalm onder, adem rustig door onder de blikken van haar, en van de anderen trouwens ook. Maar voor haar laat ik nog eens nadrukkelijker mijn schouders zakken. Ik ontspan mijn buikspieren, zodat mijn buikplooien even een beetje deinen. Volmaakt ontspannen. Niets meer hoeven. Zou jij ook moeten doen, meisje.
Vorige week in de pauze, zo fel als jij was in die discussie over maatschappelijke betrokkenheid. We mochten niet lauw-lauw, we moesten alles, we zouden overwinnen, broeders en zusters worden. Kortom: het vooruitgeschoven paradijs.
In de pauzes meng ik me niet in hun gesprekken. Ik schuif mijn kruk altijd iets verder weg van de koffietafel. Ik hoor niet bij ze.
Ik reageerde dan ook wat verstoord toen een van de oudere deelnemers ineens het woord tot mij richtte: 'Laura, heb jij nog idealen?' Alsof hij me vroeg of ik de suiker even wilde doorgeven.
'Ik?' Ik zag dat het meisje mij verwachtingsvol aankeek en daarna zag ik zijn werkelijk geïnteresseerde blik. 'Mijn idealen. Laten we het daar maar niet over hebben. Fons, volgens mij is het tijd,' riep ik de docent tot de orde. Ik stond meteen op om mijn pose weer in te nemen.
Ik zag nog net dat het meisje me teleurgesteld nakeek. De blik van de man, - ik geloof dat hij Arthur heet, ja, hij heet Arthur - heb ik niet gezien. Ach, het meisje zou me toch niet geloven. Ze zal er zelf achter moeten komen.
Zoals ik. Met blije ogen stapte ik vol verwachting het leven in, de handen wijd open om mijn kansen te grijpen.
En nu, ruim veertig jaar later, lege handen.

naar boven terug

Alle teksten copyright Annie van Gansewinkel