Schrijfretraites

Soms zoek ik een andere omgeving om te schrijven. Los van de dagelijkse werkklussen en afleiding door telefoon, mail en sociale lusten en lasten. Schrijfretraites brengen me op andere plekken, maar belangrijker nog: ze brengen me tot andere onderwerpen of een andere manier van schrijven.
Natuurlijk kan ik thuis prima werken, bij voorkeur in mijn heerlijke tuin, maar een zintuiglijk, ijl boek als Zeezucht kon volgens mij alleen maar ontstaan in de warmte van Spanje en op Curaçao.

Een schrijfretraite kan een dag duren, maar liefst langer. De zee is mijn favoriete landschap. Het geluid van de golven maakt me rustig en de wind waait mijn hoofd leeg om plaats te maken voor iets nieuws. Minstens enkele keren per jaar móet ik even de zee zien. Na een dag kan ik er weer tegen.
Maar elk jaar probeer ik ook zeker een week  naar 'mijn' Egmond aan Zee te gaan waar een appartement royaal zicht op zee biedt.

Mijn eerste schrijfretraite was in 2003 toen ik in augustus een maand verbleef in Callosa. Daar huurde ik een kunstenaarsatelier van de Knecht-Drenth Fundatie waar in dezelfde straat nog vier andere kunstenaars werkten in een atelierwoning.
In het atelier en op het dakterras, met zicht op de bergen en verder weg de zee, ontstonden gedichten, het begin van Zeezucht en ik kwam die maand zelfs tot tekenen. Vlakbij wist ik beeldend kunstenaars en schrijvers die ondanks de verlammende hitte ook hard aan het werk waren. Dat alles stimuleerde me tot het verkennen van mijn schrijfgrenzen.

 

In 2004 bracht ik een maand door op Curaçao waar ik, opnieuw met de zee in de nabijheid maar ook door een boeiend eiland, intensief schreef. Daar maakte ik de eerste versie van Zeezucht af.

 

 

 

 

 

In april 2009 en november 2010 mocht ik een maand doorbrengen in het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen. Ik zag het als een voorrecht dat het Fonds voor de Letteren (Schierbeekfonds) me tweemaal de gelegenheid gaf om in dit karaktervolle huis te werken. Niet alleen vanwege de geest van de vermaarde dichter, maar ook in de wetenschap dat er zoveel andere schrijvers van naam vóór mij in dit huis werkten.
Het huis is doortrokken van schrijven, ideeën en probeersels en dat stimuleert enorm. Zo schreef ik er voor het eerst van mijn leven een verhaal voor heel jonge kinderen en dat leidde tot Logeerbeer. Het kwam in 2012 uit bij uitgeverij De Eenhoorn met prachtige tekeningen van Elisah De Bruycker.

In het Roland Holst Huis wist ik de zee binnen handbereik, maar vanuit het huis had ik zicht op het Hollandse polderlandschap en ook in de besloten tuin was het heerlijk werken.

 

 

Een schrijfretraite hoeft niet ver en niet lang. Het is de kunst om ook dicht bij huis die rust en concentratie te vinden, en dat lukt ook. Maar een andere omgeving, een nieuwe wind, andere geluiden en geuren, ze zijn heilzaam voor een schrijver.